Wat zoek je in de Digitale Collectie Zeeland?

Inhoud brief
Surimonbo RP T 1905 104Gezicht op drie huizen op de plantage Surimonbo, tekening Dirk Valkenburg, ca. 1708, collectie Rijksmuseum, Amsterdam Op 11 januari 1672 schrijft Nicolaas Combe vanuit een plantage in Suriname aan koopman Laurens Willemsen Verpoorte in Middelburg. Hij geeft deze brief mee aan kapitein Cornelis Bastiaensen met het schip Fort Zeelandia. Als eerste meldt hij dat hij diens brief van 4 september in goede orde heeft ontvangen en blij was te vernemen dat Verpoorte nog gezond was. Combe heeft vernomen dat schipper Daniël Jansen in Zeeland was gearriveerd, maar het spijt hem dat hij niet zoveel suiker met het schip kon meesturen als hij had gewild, maar Verpoorte zal dit uit zijn brieven die hij met kapitein Liefhebber meestuurde wel begrepen hebben. Combe verzekerd hem dat dit niet zijn schuld is, maar hij te maken heeft met erg slechte betalers. Als hij zijn geld niet snel ontvangt zal hij secretaris De Huijbert van de WIC inschakelen om zijn geld via de commandeur alsnog te kunnen innen. Combe zal trachten via de schippers Bastiaensen en Cornelis Bergen suiker naar Zeeland te sturen. Tevens zal hij daarmee mooi letterhout meesturen en een partij suiker voor François Christiaansen als vrachtprijs voor de vracht op het schip van schipper Jan Barbari. Combe zal proberen om zoveel mogelijk suiker mee te laten sturen met het schip van Jan Andriesen. Als laatste meldt Combe dat Jan Vosbergen bij hem bezig is met het schrijven van brieven en laat ook via hem de groeten aan Verpoorte overbrengen.

De positie van Suriname aan de vooravond van de Derde Engelse Oorlog
De Derde Engelse Oorlog (1672-1674) eindigde met de Tweede Vrede van Westminster. Suriname was reeds in 1667 door Abraham Crijnssen veroverd op de Engelsen. Op hun beurt hadden de Engelsen Nieuw-Amsterdam in bezit genomen. In 1673 werd het weer op de Engelsen heroverd, maar in het vredesverdrag stond dat deze kolonie definitief aan de Engelsen werd overgedragen en de Nederlanders (Zeeuwen) behielden Suriname. De Engelsen hadden aan de monding van de Suriname-rivier het houten fort Willoughby gebouwd. Dit werd versterkt met kanonnen en bemand met soldaten. Thorarica was niet langer de hoofdstad, deze werd verplaatst naar de omgeving van het Fort Zeelandia en werd Nieuw Middelburg (later Paramaribo) genoemd. De stad was daardoor makkelijker te verdedigen en het had een gunstiger ligging voor de handel. Na 1667, het einde van de Tweede Engelse oorlog, moesten de Engelse bestuurders het land verlaten. Het land werd evenals de plantages geplunderd. Veel planters werden gedwongen om met hun slaven te vertrekken naar het nabij gelegen St. Kitts. Wie bleef diende een eed van onderwerping aan het Zeeuwse gezag af te leggen. Deed men dit, dan bleef men dezelfde rechten houden die er onder het Engelse bestuur golden. De meeste planters vertrokken en het was zodoende lastig om met een paar honderd mensen van Suriname een winstgevende kolonie te maken. Het resulteerde er in dat Zeeland Suriname in 1682 aan de WIC verkocht. De Nederlanders waren ten opzichte van Nieuw-Amsterdam meer gebrand op Suriname omdat men er voor het maken van maximale winst en een zo goed mogelijke handel meer mogelijkheden zag. In Suriname lagen grote plantages waar Nederlanders veel producten verbouwden. De kolonie Nieuw-Amsterdam was niet gericht op verbouw van producten, slechts op de handel. Men vond het in die tijd daarom gunstiger om Suriname in handen te hebben. Er werd daar ook bauxiet gevonden en van deze grondstof verwachtte men veel: men dacht een grondstof monopolie in handen te hebben. Dat bleek een misvatting: bauxiet bleek (voorlopig) nog niet goed bruikbaar en werd pas veel later een belangrijk exportproduct.

Nicolas Combe
Nicolaas Combe (ca. 1650-1691) was waarschijnlijk afstammeling van Franse Hugenoten, en getrouwd met Anthoinette d'Outreleau, mogelijk familie van de predikant Louis d'Outreleau an de Waalse kerk te Middelburg. Hij werd in 1667 door kapitein Dubois uit Berbice, nu deel van (Brits) Guyana, gehaald om secretaris te worden van Abraham Crijnssen. Hij werd vervolgens commies van de vivres en ammunitie en daarna ontvanger-generaal van 's Lands middelen.
Dat hij mogelijk van Franse afkomst is wordt afgeleid van het feit dat hij zijn brieven in het Frans schrijft.
Abraham Crijnssen had tijdens de Tweede Engelse Oorlog als commandeur Fort Zeelandia in februari 1667 Suriname veroverd op de Engelsen. Hij ging verder met oorlog voeren op Tobago, Sint Eustatius, Martinique en Nevis en voer zelfs door tot Virginia. Daar in de monding van de Jamesrivier veroverde hij een vloot van schepen volgeladen met tabak.
Nicolaas Combe was een heel ander type man dan Abraham Crijnssen. In een door oorlog verscheurd Suriname, dreigden Indianen de suikerrietplantages in brand te steken en vele plantage-eigenaren dachten eraan om weg te trekken. Om het tij te keren en ook om zijn eigen plantages niet ten onder te laten gaan, richtte Combe zich op het besturen van het land. Door zijn ambten en zijn striktheid was hij niet erg populair.
Hij meldde verschillende corruptiezaken: Gouverneur Johannes Heinsius had hem al in geen vier jaar loon betaald, maar hij inde zelf wel diverse belastingen; kapitein Dubois werd beschuldigd van diefstal; en eerder werden ook de kwalijke praktijken van gouverneur ad interim Pieter Versterre al gemeld.

Na twaalf jaar dienst legde hij zijn ambt in de kolonie neer. Combe lijkt een godsdienstig man te zijn geweest: in 1669 werd hij de eerste diaken in de Hervormde Kerk en in 1690 volgde zijn benoeming tot kerkmeester. In dat jaar werd hij ook Commissaris van de desolate boedelkamer. Hij overleed in Paramaribo in 1691. In Paramaribo is een wijk Combé naar hem genoemd. Eerder was daar de plantage Combé die rond 1800 werd verkaveld, waarna de eerste huizen werden gebouwd. Er bestaat ook nog steeds een Kleine- en Grote Combéweg. Zijn vrouw Antoinette hertrouwde in 1692 met Johannes van Dijk.[1]

Laurens Willem Verpoorten
Laurens Willemsen Verpoorte werd voor 1603 geboren en overleed in 1681. Hij had een zoon: Michiel Laurensz. Verpoorte. De familie Verpoorten was een rijke Middelburgse familie. Zij waren Orangisten en leden van de familie hadden daarom tussen 1651 en 1672 geen zitting in de Middelburgse Raad (Eerste Stadhouderloze Tijdperk). In 1672 werd Laurens Willemsen Verpoorten echter lid van het Burgercommittee en woordvoerder van de opstandige burgerij. Hij was in de jaren 1673, 1674, 1676 en 1679 Raad van Middelburg en in de jaren 1675, 1677, 1678 en 1680 Schepen van Middelburg. Dat de familie rijk was blijkt uit de jaarlijkse inleg tussen 1679 en 1690 van £ Vls. 1.589 (€ 4.314) in de WIC belegden en ook kleinere bedragen in de VOC.[2]

Bronnen
Literatuur
*G.W. van der Meiden, Betwist bestuur. De eerste bestuurlijke ruzies in Suriname, 1651-1753 (Amsterdam, 2008).
*John H. de Beye, Torarica, de oude hoofdstad van Suriname (Zutphen, 2017).
*F. Dikland, Zeeuwse archivalia uit Suriname en omliggende kwartieren 1667 – 1683 (2003).
*F. Oudschans Dentz, 'De herkomst en betekenis van Surinaamse plantagenamen', in: De West-Indische Gids 26/nr. 1 (1954) 147-180.
*F. Oudschans Dentz, 'De oorsprong van de naam Combé', in: De West-Indische Gids 31/1 (1959) 28–34.
*Tobias van Gent, et al.,''Zeeuwse zeehelden. Uit de zestiende en zeventiende eeuw'' (Vlissingen, 2012).
Sites
*Suriname.nu
*wiki Nicolaas Combe

Noten
[1] Nicolaas Combe op Suriname.nu en wiki Nicolaas Combe
[2] Murk van der Bijl, Idee en interest. Voorgeschiedenis, verloop en achtergronden van de politieke twisten in Zeeland en vooral in Middelburg tussen 1702 en 1715 (Groningen, 1981).

Bij deze context horen de volgende brieven: