Wat zoek je in de Digitale Collectie Zeeland?

Inhoud brief

Jacob Eilbracht stuurde op 18 november 1780 een duplicaatbrief aan Adriaan Ingels, alleen aan deze brief voegde hij nog een kort berichtje toe. Daarin vertelde hij dat hij naar Batavia werd geroepen en pas in het najaar van 1781 opnieuw over zijn zakelijke beslommeringen met Ingels kon corresponderen vanuit Hougly. Door de oorlog zou dat in werkelijkheid jaren gaan duren, maar had Eilbracht waarschijnlijk wel het geluk Engelse gevangenneming te ontlopen. In de duplicaatbrief meldde hij dat hij de brief van Ingels op 31 juli 1780 had ontvangen (deze was op 18 oktober 1779 vanuit Middelburg verstuurd). Eilbracht had de 101 vaten bier die Ingels en mevrouw Van den Broek hadden gestuurd in goede orde ontvangen. Samen met zijn partner S. Lamy hadden zij alles zelfs al verkocht, al was dat wel op krediet. Toch vroegen ze aan Ingels niet nog meer opdrachten tot verkoop van goederen te ontvangen. Mochten ze nog meer bier willen sturen dan kon dat wel, maar liever zwaar in plaats van licht bier, omdat dit in kwantiteit (waarschijnlijk bedoelde hij met het oog op de verwachte opbrengst) tot 2/3 meer ruimte in beslag nam.

Het schip waarmee de brieven werden vervoerd was de Dankbaarheid van VOC-kamer Rotterdam onder bevel van Hendrik Steedsel. Het schip was op 20 januari 1781 vertrokken uit Bengalen en op 25 april bij Kaap de Goede Hoop gearriveerd. Na een verblijf van drie weken vertrok het schip hier op 13 mei. Ten slotte werd het op 21 juli 1781 door de Engelsen veroverd in de Saldanha baai, ongeveer 80 mijl noordelijk van Kaap de Goede Hoop (zie alinea Slag om Saldanhabaai).[1] Een jaar later zou het met man en muis vergaan.

Adriaan Ingels

Op 15 april 1758 diende Adriaan Ingels een verzoek in bij de Thesauriers van Middelburg. In hun vergadering examineerden zij dit request. Adriaan Ingels werd benoemd als Commissaris over het Haarlemse Veer binnen Middelburg. Er werden een aantal voorwaarden opgeschreven waaraan de commissaris moest voldoen.[2] Ingels werd in 1747 ook genoemd als Commissaris van de goederen die dagelijks verzonden worden met de beurtschepen op Haarlem; en in 1745 als Bestelmeester van de goederen die dagelijks aankomen met de beurtschepen van Amsterdam, Dordrecht en Haarlem.[3] Adriaan Ingels was gehuwd met Aletta Wiers, overleed op 20 april 1782 te Middelburg en werd daar in de Franse kerk begraven.[4]

Jacob Eilbracht

Jacob Eilbracht werd op 4 juni 1738 geboren te Amsterdam en overleed waarschijnlijk op 20 april 1804 te Amersfoort.[5] Volgens andere bronnen overleed hij te Peleacatte, Coromandel in Bengalen.[6] Zijn ouders waren Casparus Eilbracht en Anna Geel. Hij trouwde op 29 maart 1761 met Johanna Maria Immens (1745-1770). Er bestaat een foto van een schilderij waarop hij werd afgebeeld.[7] Hij lijkt drie maal getrouwd te zijn: met de al eerder genoemde Johanna Maria Immens; met Sara Antonia de Goede en als laatste met Cornelia Hillegonada Blo(e)m. Hij kreeg twee dochters: Antonia Maria en Johanna Bernardina en een zoon, Joan Philip, die geboren werd in Chinsura in 1768 en in 1831 overleed in Batavia.[8] Jacob Eilbracht was in 1758 gezworen klerk der Bengaalsche Sekretarije[9]. Zijn naam komt ook voor bij een conflict tussen hem als onderkoopman in Hougly enerzijds en directeur Roos en fiscaal Von Danckelmann anderzijds. Er werden beschuldigingen tegen hem ingebracht over frauduleuze handelingen met goederen van een verongelukt VOC-schip.[10] In 1779 werd hij genoemd als opperkoopman en gezaghebber en vanaf 1792 'buiten dirigerend lid van het Genootschap der Kunsten en Wetenschappen.'[11] Hij was van 1790 tot 20 oktober 1795 gezaghebber in Coromandel en Provinciaal Grootmeester van de Bezittingen in het westelijk deel van Azie.

Eilbracht stuurde op 18 januari 1781 ook een brief aan Jacob Mounier in Middelburg

De VOC in Bengalen

De handelsloge van de VOC in Hougly in Bengalen Rijksmuseum SK A 4282De handelsloge van de VOC in Hougly in Bengalen, schilderij Hendrik van Schuylenburg, ca. 1665, collectie: Rijksmuseum Amsterdam, SK-A-4282De VOC had tussen 1627 en 1795 een aantal handelsposten in het huidige Bangladesh en de tegenwoordige Indiase staat West-Bengalen. Het handelsgebied strekte zich voornamelijk uit langs de rivier de Ganges. Deze handelsposten hadden ook wel de naam 'kantoren.' Het gebied Bengalen kreeg in 1655 de status van directoraat met een eigen bestuur en directeur met een kantoor in Hougly, genoemd naar een van de rivieren in de Gangesdelta, zo'n 40 km ten noorden van Calcutta. De goederen die vandaar naar de Republiek gingen moesten eerst naar Batavia, maar in 1734 werd Hougly na Batavia en Ceylon de derde handelspost met een rechtstreekse verbinding met de Republiek. Vooral omdat de goederen die daar vandaan kwamen dermate kostbaar waren dat de Heeren XVII het beter achtten ze niet langer via Batavia te sturen. Goederen die naar de Republiek gingen waren onder meer: katoen, gember, hennep en zijde, dat vooral bestemd was voor Batavia en Japan en suiker, bestemd voor Perzie. Van Houghly is bekend dat de eerste handelspost in 1656 door een stormvloed werd weggespoeld. Het werd weer opgebouwd, aanvankelijk onder de naam Chinsura, later heette het Hougly en werd ook een handelspost bij Chinsura opgezet. De post Hougly werd in 1687 ommuurd en in de jaren '40 van de 18de eeuw werd de vesting versterkt met vier hoekbastions. Het geheel kreeg een rechthoekig grondplan. Hendrik van Schuijlenburgh schilderde de vesting in 1665 op bestelling van de directeur van de handelsloge Hougly, Pieter Sterthenius.[12] In 1759 werd de invloed van de Engelsen kennelijk te groot en daarom besloot gouverneur Jacob Mossel tot een militaire actie. Hij meende daarvoor 4.000 man nodig te hebben, maar met veel pijn en moeite kon hij 910 militairen op de been brengen. Hoewel Adriaan Bisdom, directeur van Bengalen, de actie wilde afblazen, werd deze doorgezet. De Engelsen waren van een en ander al op de hoogte en konden meteen weerstand bieden. De Nederlanders incasseerden een nederlaag. In 1759 kwam er een overeenkomst tussen de VOC en de Engelse EIC (East Indian Company) om het aantal soldaten daar drastisch te verminderen. Na 1770 was de grootste bloei van Bengalen voorbij.[13]

De Slag om Saldanhabaai (1781)

SaldanhabaaiSaldanhabaai Bron: wikimedia: By Pipples91 - Own work, CC BY-SA 4.0De Slag om Baai Saldanhabaai ( 21 juli 1781) was een maritieme actie even buiten de Nederlandse Kaap De Goede Hoop kolonie. Een squadron Engelse marineschepen onder commando van commodore George Johnstone nam vijf Nederlandse VOC schepen in beslag en een zesde werd vernietigd. Er waren weinig tot geen Nederlandse slachtoffers en aan Engelse zijde zelfs geen één.

Johnstone had de opdracht om de Nederlandse nederzetting Kaap De Goede Hoop te veroveren. Frankrijk kwam echter achter de plannen van deze missie en stuurde admiraal Bailli de Suffren, die de missie dwarsboomde. Op 16 april 1781 ontmoetten beide vloten elkaar bij de Kaapverdische Eilanden, wat resulteerde in de slag om Porto Praya.

Suffren zeilde naar Kaap De Goede Hoop, terwijl Johnstone in Porto Praya bleef voor herstelwerkzaamheden. Het resultaat was dat Johnstone op een zeer goed verdedigde kolonie stuitte toen hij daar in juli aankwam en besloot om niet aan te vallen. Uit voorzorg hadden de Nederlanders hun vloot, beladen met goederen, westwaarts gestuurd om in Saldana Bay voor anker te gaan. Ze hadden orders om in geval dat de Britten zouden opdagen, hun schepen in brand te steken en te doen zinken. Helaas waren ze niet erg waakzaam. Een van Johnstone’s fregatten, die de Franse driekleur voerde, onderschepte een Nederlandse koopvaarder, die de baai een dag tevoren had verlaten, richting het Oosten. Dit schip was De Held Woltenmade onder kapitein Vrolijk. Hierdoor wist Johnstone waar de Nederlandse vloot zich ophield.

Bij Saldana Bay aangekomen kreeg Johnstone de Nederlandse vloot in het vizier en voer de baai binnen, terwijl hij de Franse vlag voerde. Toen hij de Britse vlag hees, opende hij het vuur en verraste daarbij de Nederlanders compleet. De Nederlanders konden niet ontsnappen en besloten hun schepen te vernietigen, liever dan ze in Engelse handen te laten vallen. Daarom kapten ze de ankertouwen, verwijderden hun topzeilen en probeerden hun schepen te laten stranden. Toen dit was gedaan, trachtten ze hun schepen in brand te steken. De Britten probeerden de vuren te blussen, hetgeen lukte, en de schepen De Dankbaarheid,Parel, Honkoop en Hoogkarspel werden in beslag genomen. Het schip De Middelburg brandde te hevig en explodeerde.[14]

De Britten stuurden de in beslag genomen schepen door naar Engeland. Slechts twee bereikten hun bestemming. Een Frans fregat viel de Hoogkarspel aan, maar deze wist te ontsnappen naar Mount’s Bay, vanwaar ze verder naar Engeland werd begeleid. Ook de Parel werd door twee Franse schepen aangevallen, maar ook zij wist te ontsnappen. De Dankbaarheid en de Honkoop gingen verloren. Het is niet duidelijk of dit het gevolg was van vijandelijkheden of van de grillen van de zee. De brieven afkomstig uit de Dankbaarheid zijn met een Brits schip meegenomen naar Engeland.

De Britten hadden de Dankbaarheid en de Honkoop verzekerd, zodat ze ondanks het verlies van beide schepen toch hun voordeel haalden uit het verzekeringsgeld.

Literatuur

Noten

  1. J.R. Bruijn, F.S. Gaastra en I. Schöffer, Dutch-Asiatic Shipping in the 17th and 18th centuries, Volume III, Homeward-bound voyages from Asia and the Cape to the Netherlands (1597-1795) (Den Haag, 1979) 626 en VOC site-schepen
  2. Extract uijt de resolutiën ten raade der stad Middelburg in Zeeland van 22 Julij 1758 (Middelburg, 1758). Hierin staat ook zijn adres: Rouaanse Kaai te Middelburg.
  3. Naamwyzer, aantonende alle de namen en woonplaatsen van de Edele Achtbare Magistraat der stad Middelburg in Zeeland, October 1764 tot October 1765 (Middelburg, 1765) 42-43.
  4. ZA, 511 Rekenkamer D, inv.nrs. 60291 en 60401.
  5. Genealogie online
  6. VOC-site
  7. My Heritage en ook bij Geneanet en E. Driessen's Family Tree
  8. Nationaal Archief, 1.04.17 Hoge Regering Batavia, Voorlopige inventaris van de archivalia afkomstig van de Hoge Regering te Batavia 1602 - 1827.
  9. Jaarboeken van het Koningrijk der Nederlanden deel 1.
  10. Nationaal Archief, 1.04.17 Hoge Regering Batavia, toegang 30, Tanap databases.
  11. Verhandelingen van het Bataviaansch Genootschap der Kunsten en Wetenschappen, deel 6
  12. Rijksmuseum Amsterdam, SK-A-4282 Dit schilderij heeft jarenlang in het VOC-kantoor in Middelburg gehangen.
  13. VOC-site
  14. De schepen die buitgemaakt werden: De Dankbaarheid onder kapitein Steedsel, Parel onder kapitein Plockker, Honkoop onder kapitein Land, Hoogkarspel onder kapitein Harmeyer, De Held Woltenmade onder kapitein Vrolijk, De Middelburg onder kapitein van Gennip.

 

 

 

 

 

 

 

Bij deze context horen de volgende brieven: