Wat zoek je in de Digitale Collectie Zeeland?

Inhoud brief

Predikant H. van den Vondel schrijft op 21 oktober 1779 zijn zoon die werkzaam is voor de WIC op het fort Batenstein te Boutry op de Westkust van Afrika. Hij meldt zijn brief van 16 april 1779 ontvangen te hebben op 16 september, dezelfde dag dat hij hem een brief schreef. Hij is blij dat zijn zoon Henricus nog een goede gezondheid verkeert omdat hij schreef dat de pest woedde in Boutry en deze veel slachtoffers had gemaakt. De broer van Henricus van de Vondel is op 21 september 1799 weer naar Leiden vertrokken, waar hij in goede gezondheid arriveerede. Waarschijnlijk studeerde hij daar theologie. Volgens de vader moest zijn zoon nog twee collegejaren volmaken voordat deze studie kon worden afgerond. In de Republiek is in het najaar van 1779 al de nodige onrust ontstaan over de politieke weg die Engeland is ingeslagen, met name de onstuimige ambassadeur Yorke zorgt er met zijn gedrag voor dat er onrust op de beurs is ontstaan en de wisselkoersen kelderen.[1] Van den Vondel meldt het overlijden van diverse personen, zoals August van der Sloot (een predikant), kapitein Forbus (op de kust van Afrika) en Lucas Schootinghuis; kennelijk allen bekenden van de familie. Ook in huize Van den Vondel heeft ziekte gewoed, maar vader H. van den Vondel is aan de beterende hand, al is hij nog wel zo zwak dat hij nog geen preken kan houden in de kerk. Er heerst op dat moment veel ziekte op het eiland Walcheren. Niet zonder trots wordt het op stapel staan van het schip 'Generaal Reijnier de Klerk' op de werf van de compagnie in Middelburg. Van den Vondel zat in zijn jeugd nog op school met deze De Klerk en is een bekende van hem. Ook wordt ingegaan op de heldendaden van de gebroeders Naerebout bij het vergaan van het VOC-schip Woestduijn op de zandbank bij Zoutelande, eerder dat jaar.[2] Aan het eind van de brief vermeld Van den Vondel nog dat hij tegelijk met de brief nog een drietal boeken heeft meegestuurd voor zijn zoon.

Biografische gegevens familie Van de Vondel

Op 15 januari 1784 overleed te Grijpskerke Michiel van den Vondel, een predikant die in 1764 beroepen was vanuit Colijnsplaat.[3]. Dit moet welhaast de briefschrijver zijn geweest. Toch komt er ook nog een H. van de Vondel te Grijpskerke voor. Deze verkocht, op 28 oktober 1784, een stuk land aan Adriaan Boone voor 34 Pond Vlaams (€ 92,31).[4] Op 7 maart 1785 werd het huis van 'H. van de Vondel' voor 125 Pond Vlaams (€ 339,37) aan de armen van Grijpskerke verkocht, hetgeen vermoedelijk een verkoop aan de kerk zal zijn geweest.[5] De zoon van H. of Michiel van de Vondel, Henricus van de Vondel studeerde net als zijn vader theologie in Groningen en kwam in 1765 als lidmaat naar de Nederduits Gereformeerde Gemeente van Grijpskerke. Waarschijnlijk werd hij overgeschreven van een andere kerk en verbleef hij tijdelijk in het ouderlijk huis, want op 14 september 1766 vertrok hij naar de kust van Guinee, waarschijnlijk om daar als predikant te dienen. Op 2 september 1781 arriveerde hij weer te Grijpskerke. Daar verbleef hij slechts een klein jaar, want op 9 juni 1782 vertrok hij naar Middelburg.[6] Op 9 september van dat jaar laat een Henricus van de Vondel zich als diaken van de Engelse kerk bevestigen, maar het is twijfelachtig of dit dezelfde Henricus betreft.[7] Op 4 mei 1800 laat zich wel een Henricus van de Vondel als ouderling benoemen in de Nederduits Gereformeerde Gemeente van Middelburg.[8] Het is waarschijnlijker dat deze Henricus de zoon van de Grijpskerkse predikant is.

Literatuur

Noten

  1. Middelburgsche Courant, 25 september 1779, pag. 2.
  2. Middelburgsche Courant, 27 en 29 juli 1779, beide pag. 2.
  3. W.M.C. Regt, Naamlijst der Predikanten van Zeeland (handschrift Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag).
  4. ZA, Rekenkamer D, inv.nr. 69641
  5. ZA, Rekenkamer D, 69641
  6. ZA, Archief Hervormde gemeente Grijpskerke inv.nr 36, pagina 11.
  7. ZA, DTBL Middelburg 6C (EG Lidmatenregister 1642-1811)
  8. F. Nagtglas, 'De algemeene kerkeraad der Nederduitsch-hervormde gemeente te Middelburg van 1574-1860' (Middelburg 1860) 100.








Bij deze context horen de volgende brieven: