Wat zoek je in de Digitale Collectie Zeeland?

”RPGezicht op de rotsen bij Dover, prent Wenceslaus Hollar, ca. 1650, Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-1938-306Samenvatting verklaring
Beëdigde getuigenverklaring van 25 maart 1695 van Hendrik Hubrechtsen, stuurman van het smakschip Vliegende Faam uit Vlissingen met zestien ton laadvermogen, waarvan Arnold Arentsen schipper was, en Christiaan de Jager, passagier, inhoudende dat zij op 20 maart met een lading gerst uit Vlissingen vertrokken met bestemming Oostende en daar aangekomen werden aangevallen en veroverd door een Franse kaper en dat, nadat deze het schip een uur in bezit had gehad, het schip werd heroverd door het Engelse fregat HMS Charles Galley, kapitein Thomas Poulson, en de volgende dag werd opgebracht naar Dover. Voorts dat de schipper en de scheepsjongen door de Franse kaper waren meegenomen naar Frankrijk. De verklaring werd afgelegd ten overstaan van Jo(hn?) Hollingbery, burgemeester van Dover, en vertaald door tolk/vertaler Gregory Keer.

John Hollingbery
John Hollingbery was burgemeester (mayor) van Dover 1694-1695 en 1701-1704.[1]

Negenjarige Oorlog (1688-1697)
Het buitmaken van het smakschip Vliegende Faam door een Frans kaperschip vond plaats gedurende de Negenjarige Oorlog (1688-1697) van Frankrijk tegen de alliantie van Groot-Brittannië en de Republiek en enige andere Europese staten waaronder Spanje. Nadat het schip een uur in bezit van de Fransen was geweest werd het heroverd door een Brits marineschip. Dat is de reden dat het schip, hoewel tot de geallieerden behorend, toch in Engeland werd opgebracht en de scheepspapieren in beslag werden genomen. Doorgaans kreeg de hernemer (afhankelijk van de termijn van herneming) dan een deel van de waarde vergoed als compensatie voor de herovering. Het bijzondere is dat hetzelfde gebeurde met deze getuigenverklaring, die overzee werd gezonden, maar klaarblijkelijk ook eerst door een Franse kaper werd buitgemaakt om vervolgens weer in Britse handen te vallen.[2] De Nederlandse eigenaren hebben naar alle waarschijnlijkheid het schip wel terug ontvangen, alleen was daar wel een verklaring van de stuurman en de passagier voor nodig. Door het verloren gaan van die verklaring zal een en ander waarschijnlijk pas bij de tweede of derde beroepstermijn in orde zijn gekomen.

Literatuur
*Johan Francke, Utiliteyt voor de gemeene saake. De Zeeuwse commissievaart en haar achterban tijdens de Negenjarige Oorlog, 1688-1697. Deel 1 (Middelburg, 2001).

Noten
[1] Gemeentearchief Dover, Burgemeesters van Dover
[2] Johan Francke, Utiliteyt voor de gemeene saake. de Zeeuwse commissievaart en haar achterban tijdens de Negenjarige Oorlog, 1688-1697. Deel I (Middelburg,  2001).

Bij deze context horen de volgende brieven: