Wat zoek je in de Digitale Collectie Zeeland?

Inhoud brief

Nicolas Combe laat op 12 januari 1672 vanuit Suriname aan koopman François Christiansen weten dat er naar hem een vracht onderweg is met het schip Poelwijck van kapitein Cornelis Bergen. De 1.749 pond suiker dient als aflossing op de obligatie van Andries Neijts. Deze suiker, evenals zestien stukken letterhout, met het schip van kapitein Cornelis Bastiansen meegezonden, zijn van bijzonder goede kwaliteit. Om zichzelf in te dekken waarschuwt hij Christaensen uitdrukkelijk, dat dit soort ladingen door sommige kapiteins onderweg soms verwisseld wordt voor suiker en letterhout van mindere kwaliteit. Hij vermeld daarom het merkteken waarmee het letterhout aan boord is gegaan: C.I.R. A. Cornelis Bergen gaat binnen twee à drie dagen suiker en verfhout laden in Essequebo.

Nicolas Combe

Nicolaas Combe (ca. 1650-1691) was waarschijnlijk afstammeling van Franse Hugenoten, en getrouwd met Anthoinette d'Outreleau, mogelijk familie van de predikant Louis d'Outreleau an de Waalse kerk te Middelburg. Hij werd in 1667 door kapitein Dubois uit Berbice, nu deel van (Brits) Guyana, gehaald om secretaris te worden van Abraham Crijnssen. Hij werd vervolgens commies van de vivres en ammunitie en daarna ontvanger-generaal van 's Lands middelen. Dat hij mogelijk van Franse afkomst is wordt afgeleid van het feit dat hij zijn brieven in het Frans schrijft.

Abraham Crijnssen had tijdens de Tweede Engelse Oorlog als commandeur Fort Zeelandia in februari 1667 Suriname veroverd op de Engelsen. Hij ging verder met oorlog voeren op Tobago, Sint Eustatius, Martinique en Nevis en voer zelfs door tot Virginia. Daar in de monding van de Jamesrivier veroverde hij een vloot van schepen volgeladen met tabak. Nicolaas Combe was een heel ander type man dan Abraham Crijnssen. In een door oorlog verscheurd Suriname, dreigden Indianen de suikerrietplantages in brand te steken en vele plantage-eigenaren dachten eraan om weg te trekken. Om het tij te keren en ook om zijn eigen plantages niet ten onder te laten gaan, richtte Combe zich op het besturen van het land. Door zijn ambten en zijn striktheid was hij niet erg populair. Hij meldde verschillende corruptiezaken: Gouverneur Johannes Heinsius had hem al in geen vier jaar loon betaald, maar hij inde zelf wel diverse belastingen; kapitein Dubois werd beschuldigd van diefstal; en eerder werden ook de kwalijke praktijken van gouverneur ad interim Pieter Versterre al gemeld.

Na twaalf jaar dienst legde hij zijn ambt in de kolonie neer. Combe lijkt een godsdienstig man te zijn geweest: in 1669 werd hij de eerste diaken in de Hervormde Kerk en in 1690 volgde zijn benoeming tot kerkmeester. In dat jaar werd hij ook Commissaris van de desolate boedelkamer. Hij overleed in Paramaribo in 1691. In Paramaribo is een wijk Combé naar hem genoemd. Eerder was daar de plantage Combé die rond 1800 werd verkaveld, waarna de eerste huizen werden gebouwd. Er bestaat ook nog steeds een Kleine- en Grote Combéweg. Zijn vrouw Antoinette hertrouwde in 1692 met Johannes van Dijk.[1]

Familie Christiaansen

De familienaam Christiansen wordt op verschillende manieren geschreven zoals: Christiansen Christiaensen, Christianse of Christiaansen. François is een zoon van Cornelis (die ergens in het jaar 1671 overleed) en Elisabeth de la Rue. Hij werd geboren in Middelburg in 1649 en bij zijn overlijden in 1709 werd als adres de Rouaansekaai te Middelburg opgegeven.[2] Hij werd als diaken van de Nederduits Gereformeerde Gemeente benoemd op 9 oktober 1675, hoewel er op 13 februari 1689 nogmaals iemand met dezelfde naam als diaken werd benoemd.[3] Over Cornelis en zijn vrouw is niet veel te vinden en het lijkt erop dat zij slechts een kind, François, hebben gekregen. Er zijn twee gevallen waarbij een Cornelis Christiaansen werd ingeschreven als diaken van de Nederduits Gereformeerde Gemeente te Middelburg. De eerste op 24 september 1660 en de tweede op 19 oktober 1664[4] François Christiaansen was kiesheer van de vroedschap van Middelburg, ondertekende het oranjegezinde Adres van 94 (1704), was reder in de kaapvaart en koopvaardij, aandeelhouder in de Directie van de Levantse Handel vanaf 1696 en behoorde tot het college van directeuren daarvan, had een buskruitmolen en handelde in katoen en zout.[5]

De brieven die Nicolas Combe schrijft aan zowel François als aan de weduwe van Cornelis hebben beide dezelfde tekst op de envelop staan. Behalve naam en stad staat een deel van de verzonden handel beschreven. De brief die Jannis van Bambeke stuurde naar François was eveneens aan de Rouaansekaai in Middelburg gericht.

Literatuur

Noten

  1. Suriname.nu, Nicolaas Combe en wiki Nicolaas Combe
  2. ZA, Rekenkamer D, inv.nr. 59651
  3. F. Nagtglas, De algemeene kerkeraad der Nederduitsch-hervormde gemeente te Middelburg van 1574-1860 (Middelburg 1860) 159, 161.
  4. F. Nagtglas, De algemeene kerkeraad der Nederduitsch-hervormde gemeente te Middelburg van 1574-1860 (Middelburg 1860) 157
  5. Johan Francke, Utiliteyt voor de gemeene saake. De Zeeuwse commissievaart en haar achterban tijdens de Negenjarige Oorlog, 1688-1697. Deel I (Middelburg, 2001) 448.






Bij deze context horen de volgende brieven: