Wat zoek je in de Digitale Collectie Zeeland?

Inhoud brief

Elisabeth Jaspers schrijft op 15 april 1665 aan haar man Reinier de Vos. Zij werkte waarschijnlijk als zeepziedster. Hun drie kinderen waren Lijntje, Janneke en Jans. Elisabeth’s moeder heet Sara en oom Adriaan is bij Reinier in het buitenland. Na reeds tien tot twaalf brieven verstuurd te hebben, is er klaarblijkelijk nog geen één bij Reinier aangekomen. Verdoenck, waarschijnlijk de reder van Reinier, of een bewindhebber, heeft opgedragen dat Reinier naar huis te komen. Het schip van Kees Cudde was het meest logische schip voor de terugreis geweest, maar Reinier was niet aan boord. Een zekere Meerten meent, dat er wel een bonus voor Reinier zal zijn, als hij thuiskomt. Anderen denken dat hij beter af is in het buitenland, dan in Zeeland waar het leven zwaar is. Elisabeth hoopt dat haar eindelijk wat geld zal bereiken. Ze vraagt Reinier dit te bespreken met de kapitein, zodat er een voorschot van zijn monsterrol afgeschreven kan worden en Elisabeth niet langer in geldnood zit. Het zeepen houdt haar druk bezig en verhindert haar om meer te schrijven.

Omdat Reinier de Vos kennelijk op meerdere schepen aangesteld kan worden lijkt het er op dat hij ofwel bij de WIC of de Admiraliteit van Zeeland werkzaam is. Dat waren de enigen die in die tijd op de West voeren. De brieven die uit deze archiefdoos afkomstig zijn kwamen van bewindslieden van de WIC of hadden een bestemming in de West.

Taalgebruik

Opvallend in de schrijfwijze is de h, geschreven als een a. De eind-s is geschreven als een soort p. Ook zijn de schrijfwijzen van de m en de w omgewisseld.

Literatuur

Noten







Bij deze context horen de volgende brieven: