Wat zoek je in de Digitale Collectie Zeeland?

Inhoud akte

Op 15 november 1691 kwam de notaris Abraham Roos voor de vierschaar van Middelburg als procureur van Johannis Roberts, eveneens procureur en notaris, voor het High Court of Admiralty uit Londen. Roos trad op namens Hendrik Stoer, Pieter Meijer en Gaspar Ferro als aandeelhouders van de galjoot Gulde Vrijheijt waarvan Andries Barends schipper was. Het High Court of Admiralty had op 5 oktober 1691 verzocht om een onderzoek te laten verrichten naar de neming van het Nederlandse schip door een Engels kaperschip en hiervoor een commissie in te stellen die getuigen in de zaak zocht. Dezen mochten op 17 oktober om vijf uur 's middags naar de herberg het Huijs van Domburgh aan de Markt gekomen. In de commissie namen zitting Johan Costenobel, Willem Veth (schepenen van de stad), Maxens de la Palma des Fuentes (heer van Arnemuiden en secretaris van Middelburg). Johan Pieter Rethaan was aanwezig als advocaat en assistent van Roos. Het presenteren van de getuigen voor het High Court of Admiralty diende te geschieden in aanwezigheid van Samuel Franklyn, de procureur van het hof. Daarom verzocht de commissie of zij onder ede de stadskamerbode naar Londen konden sturen, die dan zou spreken voor de getuigen uit Middelburg. De commissie zei zich te schikken naar het recht van het hof om de datum, tijd en plaats van de definitieve rechtszitting te bepalen waarbij de gedaagden, de tegenpartij, ook aanwezig zou zijn. De commissie besloot Stoffel Caulier als stadskamerbode af te vaardigen naar Londen. De commissie zou nog van 1 tot en met 18 december 1691 's middags om 17:00 uur in het Huijs van Domburgh aanwezig zijn om eisers inzake de kwestie aan te horen. De akte werd op 17 november 1691 ondertekend door de procureurs Abraham Roos, Johan Costenobel, M. Boudaen en Willem Veth.

Abraham Roos en Johan Roberts

Op 16 februari 1683 wordt Abraham Roos door de Staten van Zeeland benoemd als notaris in de stad Middelburg op voordracht van de vroedschap van de stad.[1]

Werkzaamheden High Court of Admiralty

Opmerkelijk is dat koning-stadhouder Willem III in de akte koning van zowel Engeland, Schotland als Ierland en Frankrijk wordt genoemd. Van Frankrijk was hij zeker geen koning, ook was er geen bezettingsmacht al waren beide landen wel met elkaar in oorlog. Na de kroning van Willem III tot koning van Engeland in november 1688 had de Republiek een alliantie met Engeland gesloten. Dat betekende dat een commissievaarder die een schip uit een van beide landen opbracht moest kunnen bewijzen dat het hier om smokkel ging, aangezien er anders sprake was van het aanhouden van een schip van een bevriende natie. De uitkomst van het proces kon dan ook betekenen dat de Engelse kaper zijn commissiebrief verloor, of erger nog een straf opgelegd kreeg. Aangezien Engeland en de Republiek een alliantie hadden is het vreemd dat deze notariële akte opduikt in de 'prize papers.' Het meest voor de hand liggende is dat deze papieren aan boord waren van een geallieerd schip dat door Franse kapers werd buitgenomen, maar op zee weer werd hernomen door een Britse kaper. Vervolgens werden alle aan boord aanwezige papieren in beslag genomen.

Aanduidingen van Middelburgse personen en zaken

Op de voorlaatste bladzijde van de brief wordt de herberg Huijs van Domburgh genoemd. Deze was gesitueerd in pand I 352 (later nr. 29) en was tot 1862 gesitueerd op de hoek van de Markt met de Korte Gortstraat.[2] Het was de opvolger van Het Zwarte Leeuwken.[3] Vanaf 17 juni 1666 werd de herberg door François Scheffers gehuurd.

Literatuur

Noten

  1. [ZA, Staten van Zeeland, inv.nr. 1671, fol. 36 verso, 16 februari 1683]
  2. Middelburg Dronk - Huijs Domburgh
  3. Middelburg Dronk - Het Zwarte Leeuwken






Bij deze context horen de volgende brieven: