Wat zoek je in de Digitale Collectie Zeeland?

Inhoud eerste brief

Na de gebruikelijke nieuwjaarsgroet aan zijn vrouw en de kinderen behandelt Jannes de problemen thuis (in Middelburg). Zijn vrouw heeft bericht over een ruzie met Jannes' broer. Hij tracht dit te sussen en wil bemiddelen zo gauw hij weer thuis is. Ook is er een financiƫle kwestie met Salmoen Meertens over diens dienstmeid. De juiste weg zou zijn geweest dat Jannes vrouw betalingen moest doen in Middelburg, maar Salmoen heeft Jannes onder vier ogen beloofd dat Salmoen's broer de betalingen op zich moet nemen. De goederen van [Pieter?] de la Rue zijn goed gearriveerd. In Suriname heeft Jannes wijn verkocht. Vijf oxhoofden suiker zijn met schipper Cornelus Christiaansen onderweg naar de Republiek. Hij komt terug op de kwestie met de dienstmeid en bedankt zijn moeder en zuster voor hun hulp daarbij.

Inhoud en taalkundige aspecten van de tweede brief

Op de achtste januari stuurt Jannes nog een tweede brief. Ditmaal heel persoonlijk en ook in een ander handschrift geschreven. Het lijkt er dus op dat hij de zakelijke beslommeringen door een meer ervaren schrijver op schrift heeft laten stellen, maar hij zijn eigen gevoelens zelf op papier wilde stellen. In deze brief aan zijn vrouw is sprake van een zeer slechte spelling en veel afgekorte woorden, zoals die onder letterkundig slecht onderlegde mensen gebruikelijk zijn. Zo schrijft hij 'duis' in plaats van 'duisend', 'kiers' in plaats van 'kinders', 'menscen' in plaats van 'mensen' of 'menschen' en schrijft hij God met dt en oe als 'Goedt' Ook laat hij als fonetisch schrijvende Zeeuw de h weg uit woorden als '[h]eeft', '[he]el' en heeft hij het over 'tues' (tuus in het Zeeuws, thuis in het Nederlands). Jannis bedankt zijn vrouw voor de brieven die zij geschreven heeft en die hij heeft ontvangen samen met twee paar schoenen (daarvan was grote schaarste in de kolonie), boeken en kazen. De rest van de brief is, voor zover veel uit de warrig geschreven inhoud op te maken valt, een dankwoord aan God van een zeer gelovig man. Zo gelooft hij dat God er voor zal zorgen dat door deze reis de liefde tussen hem en zijn vrouw nog tweemaal groter worden zal. Hij besluit met Maria te melden dat hij haar trouwe man is en groet met de gebruikelijke duizend goede nachten, die hij ook de kinderen toewenst.

De ontwikkeling van plantages in Suriname in het derde kwart van de zeventiende eeuw

Biografische gegevens Jannes en Maria van Bambeke

Van beide echtelieden is zo goed als niets bekend. Maria van Bambeke werd op 22 januari 1693 begraven in Middelburg. Ze was op dat moment niet meer woonachtig in de Nieuwstraat maar op de Dam.[1] Daar woonde vermoedelijk Jannes' broer Philippus van Bambeke, zoals blijkt uit een brief die dezelfde dag aan hem werd geschreven.[2]

Literatuur

Noten

  1. ZA, Rekenkamer D, inv.nr. 59491 via:Zeeuwengezocht.nl
  2. Brief aan Philippus van Bambeke, 8 januari 1672.








Bij deze context horen de volgende brieven: