Wat zoek je in de Digitale Collectie Zeeland?

Inhoud brief

De handelsagenten Halffman & Sejourne schrijven op 5 december 1780 een korte brief aan het handelshuis Willemsen & Halffman in Middelburg. Hierin geven ze te kennen zaken te zullen gaan doen met Rawleigh Colston. Deze heeft een overeenkomst gesloten met het handelshuis van Thomas Webb & Company. Beide heren verzekeren dat de twee firma's zeer betrouwbare partners en Amerikanen zijn. Beide vertegenwoordigers werden als agent van het Congres op Curaçao geplaatst. Halffman en Sejourne verzekeren dat het contact met Colston voor beide partijen financieel voordelig zal zijn. Hoewel Curaçao tijdens de Vierde Engelse Oorlog in Nederlandse handen bleef, zal er waarschijnlijk geen vruchtbare samenwerking zijn gekomen omdat door de oorlog en de patrouillerende Engelse schepen na februari 1781 lange tijd geen handeslverkeer rondom het eiland mogelijk was. Het scheepvaartverkeer normaliseerde omstreeks april 1782. Van de activiteiten van geen van de drie handelshuizen op het eiland is iets bekend.

Willemsen, Halffman en Sejourne

De geadresseerde Middelburgse Halfmann, de ene helft van het handelshuis in de stad betreft waarschijnlijk Hendrik Jan Halfmann (1731-?). Deze stond op 4 januari 1697 ingeschreven als koopman, was inmiddels weduwe en woonde op perceel D 169 (waarschijnlijk in de Wagenaarstraat, het Hofplein of een van de straten in dat huizenblok).[1] De schrijver van de brief is dan waarschijnlijk een zoon of neef geweest. In de doop-, trouw- en begraafregisters komt nog een Adriaan Halffman voor, welke op 5 januari 1797 als 32-jarige koopman op het adres A 84 geregistreerd staat, maar daarmee lijkt hij iets te jong om de briefschrijver vanuit Curaçao in 1780 te zijn geweest.[2]

Literatuur

Noten

  1. ZA, Archief Gewestelijke Besturen, inv.nr. 256.
  2. ZA, Archief Gewestelijke Besturen, inv.nr. 256.







Bij deze context horen de volgende brieven: