Wat zoek je in de Digitale Collectie Zeeland?

Inhoud brief

Fijllippus Bracht schreef op 6 januari 1672 twee brieven vanuit Paramaribo. Een aan zijn vriend, de koopman Adriaen Bleeck in de Bellinkstraat in Middelburg en ook een bijgevoegde brief voor zijn zus.

In de eerste brief deed hij de groeten aan Adriaen Bleeck en diens moeder. Hij meldde zijn brief ontvangen te hebben samen met de vier obligaties, waarvan hij aangaf er zorgvuldig mee om te zullen gaan. Bracht had een schuld tegoed van de heer Boeteman van £ Vls. 3.000 (fl. 18.000), maar met het innen daarvan zou hij het nodige geduld moeten uitoefenen. Boeteman moest namelijk eerst de aankoop van al zijn slaven betalen voordat er een pond suiker van zijn plantage verkocht kon worden. Bracht zelf was slechts zes dagen aan land geweest, en had daarom weinig goederen in kunnen kopen, maar hij beloofde met het volgende schip 100 pond suiker naar huis sturen. Tevens gaf hij aan een tittat bord met twee kegelspellen voor Bleeck te zullen kopen. Ook vroeg hij of er brandewijn naar hem gestuurd kon worden, want daaraan had hij gebrek.

De tweede brief was gericht aan zijn zus, maar tegelijk bestemd voor de heer Keuvelaer, wiens vrouw en moeder hij de groeten deed in de aanhef en die hij bedankte voor het sturen van een brief en zes tonnetjes haring die goed van pas kwamen (maar die hij nog niet had). Het was gebruikelijk dat personen in de West met de aankomst van een schip eerst de brieven ontvingen en pas dagen later de vracht gelost werd en zij hun goederen in ontvangst konden nemen. Wel zou hij bij een volgende zending graag wat vlees en boter ontvangen, waarvoor hij graag betalen zou. Bracht meldde goed weer gehad te hebben tijdens de reis, maar wel veel windstiltes, zodat kapitein Soeteling vijf dagen eerder op de rivier arriveerde. Het eten aan boord was wel slecht geweest, maar iedereen was gezond gearriveerd. Samen met Bracht was ook Gooltie aan boord geweest, kennelijk een bekende van beiden. Zij had haar man bezocht die in Paramaribo verbleef en heel ziek was geweest. Hij was erg blij geweest haar te zien.

Adriaen Bleeck

Filippus Bracht

In de brief van Bracht komt de koopman Keuvelaar voor. Deze is verder niet bekend. In de jaren 1690 waren twee kaperkapiteins actief vanuit Middelburg: Izaäk en Joos Keuvelaar. [1] Het is echter niet bekend of een van beiden hier de briefontvanger was of dat dit familieleden zijn geweest.

De kolonie Suriname aan de vooravond van de Derde Engelse Oorlog

Literatuur

Noten

  1. Johan Francke, Utiliteyt voor de gemeene saake. De Zeeuwse commissievaart en haar achterban tijdens de Negenjarige Oorlog, 1688-1697 (Middelburg/Zoutelande, 2001) deel I, 187 en deel II (overzicht kaperkapiteins Zeeland).






Bij deze context horen de volgende brieven: