Wat zoek je in de Digitale Collectie Zeeland?

Inhoud brieven

Aruba Curacao Bonaire 1860Kaart van Aruba, Curaçao en Bonaire in 1860Gijsbert Vos junior verstuurt op 14 april 1758 zijn brieven niet afzonderlijk, maar adresseert de drie Zeeuwse brieven 'per couvert' via Jan Willem Cochanouwskij in Amsterdam en geeft ze mee aan schipper Jacob Visser. In de brief aan Cochanouwskijk bevind zich een brief aan Cornelis de Klerck in Middelburg. Daarin bevinden zich weer de laatste twee geadresseerden, kleinere brieven aan Abraham van Citters in Middelburg en Jan de Windt in Goes.

Gijsbert Vos junior

Over Gijsbert Vos junior zijn geen gegevens bekend, wel noemt Jordaan in 1739 een Lourens en een Jan Theunis Vos, die beide woonachtig zijn op het eiland. In de periode rond 1770 was er een plantagehouder op Curaçao die Jacobus Vos heette. Deze huurde een plantage van de WIC Door de grote droogte had deze door honger en gebrek 360 schapen en 21 koeien verloren en ook waren negen volwassen slaven en een kind overleden.[1]

Jan Willem Cochanouwskijk, Jan de Windt, Abraham van Citters en Cornelis de Klerck

Literatuur

Noten

  1. Jordaan, 'Slavernij & vrijheid op Curaçao', 79, 151.

 

 

 

 

 

 

 

Bij deze context horen de volgende brieven: