Wat zoek je in de Digitale Collectie Zeeland?

Inhoud

Nicolas Combe schrijft een brief aan Carel Abrahamsen. Hierin vermeldt hij dat hij via de schippers Jan Andriessen en Souteling twee brieven ontvangen heeft waarin Carel schrijf dat hij van Jan Marcus de suiker ontvangen heeft. Combe zegt dat het zijn verantwoordelijkheid niet is dat er lekkage is ontstaan in de lading suiker. Hij legt in zijn brief uit wat de normale gang van zaken is. De opdracht is gegeven aan Jan Marcus die de suiker in vaten moest verpakken en vervolgens aan schipper Jan Andriessen meegeven, die de suiker gewogen heeft en de gemeten gewichten daarvan op papier heeft gezet voor Combe. Deze herhaald in zijn brief dat hij gehandeld heeft uit vriendschap en niet om er beter van te worden en het zou hem zeer spijten als hij hiervan beschuldigd zou worden. Combe kan niet instaan voor de schippers mocht er bedrog in het spel zijn of bij onvoldoende keuring van de suiker.

Nicolas Combe

Nicolaas Combe (ca. 1650-1691) was waarschijnlijk afstammeling van Franse Hugenoten, en getrouwd met Anthoinette d'Outreleau, mogelijk familie van de predikant Louis d'Outreleau an de Waalse kerk te Middelburg. Hij werd in 1667 door kapitein Dubois uit Berbice, nu deel van (Brits) Guyana, gehaald om secretaris te worden van Abraham Crijnssen. Hij werd vervolgens commies van de vivres en ammunitie en daarna ontvanger-generaal van 's Lands middelen. Dat hij mogelijk van Franse afkomst is wordt afgeleid van het feit dat hij zijn brieven in het Frans schrijft.

Abraham Crijnssen had tijdens de Tweede Engelse Oorlog als commandeur Fort Zeelandia in februari 1667 Suriname veroverd op de Engelsen. Hij ging verder met oorlog voeren op Tobago, Sint Eustatius, Martinique en Nevis en voer zelfs door tot Virginia. Daar in de monding van de Jamesrivier veroverde hij een vloot van schepen volgeladen met tabak. Nicolaas Combe was een heel ander type man dan Abraham Crijnssen. In een door oorlog verscheurd Suriname, dreigden Indianen de suikerrietplantages in brand te steken en vele plantage-eigenaren dachten eraan om weg te trekken. Om het tij te keren en ook om zijn eigen plantages niet ten onder te laten gaan, richtte Combe zich op het besturen van het land. Door zijn ambten en zijn striktheid was hij niet erg populair. Hij meldde verschillende corruptiezaken: Gouverneur Johannes Heinsius had hem al in geen vier jaar loon betaald, maar hij inde zelf wel diverse belastingen; kapitein Dubois werd beschuldigd van diefstal; en eerder werden ook de kwalijke praktijken van gouverneur ad interim Pieter Versterre al gemeld.

Na twaalf jaar dienst legde hij zijn ambt in de kolonie neer. Combe lijkt een godsdienstig man te zijn geweest: in 1669 werd hij de eerste diaken in de Hervormde Kerk en in 1690 volgde zijn benoeming tot kerkmeester. In dat jaar werd hij ook Commissaris van de desolate boedelkamer. Hij overleed in Paramaribo in 1691. In Paramaribo is een wijk Combé naar hem genoemd. Eerder was daar de plantage Combé die rond 1800 werd verkaveld, waarna de eerste huizen werden gebouwd. Er bestaat ook nog steeds een Kleine- en Grote Combéweg. Zijn vrouw Antoinette hertrouwde in 1692 met Johannes van Dijk.[1]

Bronnen

Literatuur

Sites

Noten

  1. Suriname.nu, Nicolaas Combe en wiki Nicolaas Combe

 

 

 

 

 

 

 

Bij deze context horen de volgende brieven: