Wat zoek je in de Digitale Collectie Zeeland?

Inhoud brief

Jan Schimmeling is opvarende van een schip dat goederen verhandeld voor de firma Snouck Hurgronje & Louijsse met kantoren in Vlissingen en Middelburg. Voor de zekerheid stuurt hij kopiebrieven van alles wat hij naar de Republiek zend. Dit is een triplicaatbrief. Een ander duplicaat verzond hij naar Jan Root via Amsterdam. Schimmeling verstuurd de cognossementen van 33 vaten suiker. De extra onkosten die er zijn geweest werden vooral veroorzaakt omdat de prijs van het zoet water zo hoog was. Er kan niet met de vaartuigen uit de haven worden gewerkt en alles moet met kano's aan boord worden gebracht. Deze worden bedient door negers die 3 schelleningen voor een watervat vragen, hetgeen Schimmeling de verontwaardigde opmerking deed ontlokken dat zij dan ook nog verwachten dat het scheepsvolk hen helpt bij het lossen. Schimmeling heeft zich alleszins verbaasd over het enorme waterverbruik aan boord, maar hij is niet de enige, want ook de kapitein heeft hier menig dispuut met zijn stuurman over gehad. Door de extra kosten wil Schimmeling niet de gebruikelijke 1% provisie voor de transportkosten aan de handelsfirma van Snouck Hurgronje & Louissen vragen. Als laatste opmerking meldt hij dat kapitein Michielsen op St. Eustatius is gearriveerd, maar Frederik Jensen en Javis nog niet. In een kattebelletje onderaan blijkt dat op het laatste moment Frederik Jensen alsnog arriveerde, voordat de brief verstuurd werd.

Steven Mathijs Snouck Hurgronje

Deze brief is geadresseerd aan Steven Matthijs Snouck Hurgronje en Abraham Louijssen. Steven Matthijs Snouck Hurgronje (1741-1788) was reder, raad (1770-1776, ’79, ’80, ’83, ’84, ’86), schepen (1777, ’78, ’81, ’82) en thesaurier (1780) van Middelburg. Hij werd geboren op 18 oktober 1741 in Vlissingen en overleed op 46-jarige leeftijd op 29 januari 1788 in Middelburg. In 1762 kreeg hij de naamswijziging van Hurgronje naar Snouck Hurgronje. Steven Mathijs Snouck Hurgronje was getrouwd met Anna Catharina Elias op 4 september 1766 te Middelburg, hij was toen 24 jaar oud. Samen kregen zij twee kinderen: 1. Jacob Lodewijk Jonkheer Snouck Hurgronje (1778-1845) 2. Adriaan Isaac Jonkheer Snouck Hurgronje (1780-1849) Uit het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW) blijkt echter dat Steven Matthijs 5 kinderen had.[1] Uit de eerste twee zoons komt de gehele thans levende familie Snouck Hurgronje voort. Volgens Zeeuwengezocht.nl[2] was Steven Matthijs van 01-06-1780 tot 29-01-1788 bewindhebber van de VOC Kamer Zeeland in Middelburg. Deze functie heeft hij tot aan zijn dood uitgeoefend. Deze functie had hij dus nog niet op het moment dat deze brief geschreven werd, hoewel een andere bron [3] zegt dat hij in 1779 al bewindhebber werd. Steven Matthijs vervulde van 1777-1786 verschillende functies in het Middelburgse stadsbestuur. Zo was hij in ieder geval op 08-03-1771 Griffier van de Munt in Zeeland bij de Raad van Middelburg. Hij volgde zijn overleden voorganger Daniel Schorer op. Verder was hij directeur van de Sociëteit van Essequebo en heeft hij ‘De calculo Minervae’ (Delft, 1758) geschreven.

Abraham Louijsse

Abraham Louijsse werd op 11 april 1797 geregistreerd als koopman Abraham Louyssen, woonachtig in het pand I 162 te Vlissingen. Hij was toen 53 jaar oud, dus moet hij in 1743 of 1744 geboren zijn.[4] Tussen 14 november 1776 en 2 mei 1805 bekleedde hij meerdere bestuursfuncties bij de Polder Walcheren, uit naam van het stedelijk bestuur van Vlissingen.[5]

Handelshuis Snouck Hurgronje & Louijsse

Het handelshuis van Snouck Hurgronje & Louijsse hield zich op met lorrendraaierij op de West. Rond circa 1765 fungeerde de firma Bengers en zoon vanuit St. Eustatius als handelsagenten voor de MCC. Zij opereerden ook namens Snouck Hurgronje en Louijsse uit Vlissingen. Na Benners en Zoon en hun faillissement in 1778 werd Jan Hendriksz. Schimmel de handelsagent van de MCC.[6] De opstand van de Amerikanen veroorzaakte een grote vraag naar wapens en ammunitie, die eerst in de Republiek en daarna via West-Afrika en St. Eustatius werden gehaald. De Walcherse buskruitmolen de Eendracht voerde zijn productie op van 170.848 pond in 1776 naar 367.535 pond in 1779. Snouck Hurgronje en Louijsse uit Vlissingen verscheepten in 1777 in de Hoop 3.000 vaten buskruit en 750 vuurwapens naar St. Eustatius.[7] Spoedig na afloop van de Vierde Engelse Oorlog, op 7 juni 1784, kochten ze voor fl. 10.955,60 in totaal 34.236 pond oud buskruit op van de Admiraliteit voor een som van 32 gulden per 100 pond.[8]

Steven Matthijs en Abraham Louijssen hadden op 17-06-1766 samen een (pak)huis aan de Nieuwendijk in Vlissingen gekocht voor 40 pond. De verkoper van dit huis was John Rainbard.[9] Op 19 juni 1783 koopt Steven Mathijs voor eigen rekening een woning in de Koepoortstraat in Middelburg van Johan de Raad voor 601 Pond Vlaams.[10] Amper vijf maanden later, op 27 november 1783, verkoopt hij ditzelfde huis, met 150 Pond Vlaams verlies aan Daniël Haaksbergen voor 450 Pond Vlaams.[11] Op 1 oktober 1784 volgt een nog schimmiger transactie als hij een huis in de Lange Noordstraat in Middelburg aan zichzelf verkoopt voor 575 Pond Vlaams.[12]

Biografische gegevens Schimmel Hendriksz

Jan Schimmel Hendrikszoon was de agent van de Middelburgsche Commercie Compagnie op St. Eustatius.[13] Hij was gehuwd met Maria Hensch. Zij hadden een zoon, Jan Schimmel, die te Weesp overleed op 7 mei 1847.[14]

Bronnen

  • Encyclopedie van Zeeland, lemma Steven Mathijs Snouck Hurgronje
  • Victor Enthoven, 'That abominable Nest of Pirates: St. Eustatius and the North Americans, 1680-1780', in: Early American Studies 10/2 (2012) 264-290.
  • Zeeuws Archief, Middelburg, toegang 511, Rekenkamer D

Noten

  1. NNBW
  2. Zeeuwengezocht.nl
  3. Nederlandsch Adelsboek, 1914. N.N.B.W, III.
  4. ZA, Archief Gewestelijke besturen, inv.nr. 256
  5. ZA, toegang 3000, Polder Walcheren, 1511-1870, bestuurders en functionarissen, 1323-1869, pag. 801.
  6. Victor Enthoven, 'That abominable Nest of Pirates: St. Eustatius and the North Americans, 1680-1780', in: Early American Studies 10/2 (2012) 264-266.
  7. Victor Enthoven, 'That abominable Nest of Pirates: St. Eustatius and the North Americans, 1680-1780', in: Early American Studies 10/2 (2012) 288-289.
  8. ZA, toegang 508, Rekenkamer C, inv.nr. 8050, Derde rekening van Johan Valentijn Sprenger, 1781-1784, 2de grossa ontvang, 3de summa, fol. 42 verso.
  9. ZA, toegang 511, Rekenkamer D, inv.nr. 69451, TOG-WAL Transporten Onroerend Goed Walcheren 1757-1805
  10. ZA, toegang 511, Rekenkamer D, inv.nr. 69621, TOG-MDB Transporten Onroerend Goed Middelburg 1757-1805.
  11. ZA, toegang 511, Rekenkamer D, inv. nr. 69631, TOG-MDB Transporten Onroerend Goed Middelburg 1757-1805
  12. ZA, toegang 511, Rekenkamer D, inv.nr. 69641, TOG-MDB Transporten Onroerend Goed Middelburg 1757-1805
  13. ZA, 20, MCC, 1720-1889, inv.nrs. 1 Alg. Best. Correspondentie; 57, St. Eustatius; 57.8, Jan Hendriksz. Schimmel.
  14. Noord-Hollands Archief, Wie Was Wie.nl, BS Overlijden, Akte Weesp nr. 37.

 

 

 

 

 

Bij deze context horen de volgende brieven: