Wat zoek je in de Digitale Collectie Zeeland?

Inhoud brief

Dat het huwelijk tussen Catharina Ruisch en haar man Hans Jochem niet botert blijkt al uit de eerste regel van de brief waarin hij tegen zijn vrouw zegt te hopen dat ze nog leeft, maar er vanuit te gaan dat ze dood is. De reden daarvoor is dat kapitein Theudels met een schip van de Sociëteit ter Navigatie op Essequebo en annexe Rivieren te Curaçao is gearriveerd vanuit Zeeland en klaarblijkelijk geen brieven voor hem bij had. Hans Jochem komt daarom tot de conclusie dat het spreekwoord klopt: 'uit het hoog, uit het hart.' Deze brief zal daarom zijn laatste zijn, al duurt zijn reis nog twee jaar. Hij kon natuurlijk niet weten dat én de brief niet aan zou komen én zijn reis inderdaad zo lang zou duren. Klaarblijkelijk woonde het echtpaar aan de Goese Korenmarkt in Middelburg waar de brief aan geadresseerd is, maar is Hans Jochem niet van plan daar nog naartoe te gaan, maar naar Zierikzee, waar hij wellicht vandaan komt. Als de relatie tussen hen beiden tenminste op deze voet doorzet, als het dog zo gaan moet. Toch probeert Hans Jochem aan het eind van zijn brief nog wat water bij de wijn te doen. Hij vraagt namens de man van mevrouw Claassen haar de groeten te doen, want Hans Jochem is hem op Curaçao tegen gekomen. Hij groet zijn vrouw in grote vertwijfeling, want hij is dan wel haar man, maar heel erg zeker is hij daar niet meer van: ...ik groot uw met myn hart en ben tot nog toe uw getrouwe man. Dat de soep bij Hans Jochem niet zo heet gegeten wordt als ze wordt opgediend blijkt uit zijn overlijdensbericht. Tijdens de oorlog moet hij teruggekeerd zijn en na thuiskomst weer gewoon aan de Goese Korenmarkt zijn gaan wonen.[1] Of dat samen met zijn vrouw was zullen we waarschijnlijk nooit weten, van haar is niets bekend.

De reis van Hans Jochem Ruisch

De brief van Ruisch wordt in november 1780 meegegeven met het schip de Diana van Jurriaan Andriessen, en die wordt buitgenomen door de Engelsen. Het is niet duidelijk of dit al voor of na het uitbreken van de Vierde Engelse Oorlog gebeurd (20 december 1780). Op 3 februari 1781 zal een Engelse expeditiemacht onder Admiraal Rodney St. Eustatius bezetten. Omdat er Nederlandsche oorlogsschepen in de haven van Curaçao liggen wordt dat eiland niet bezet, maar pas begin 1782 is de dreiging van de Engelsen dusdanig afgenomen dat het weer min of meer veilig is om de oceaan over te steken. In november 1780 was er al veel spanning en het is niet uitgesloten dat het schip waarop Ruisch zeilt niet is terug gevaren, maar de ontwikkelingen afgewacht heeft.

Biografische gegevens van de familie Ruisch

Hans Jochem Ruisch overlijdt op 23 maart 1783 te Middelburg. Hij staat dan nog steeds ingeschreven op het adres aan de Goese Korenmarkt in de stad.[2]

Bronnen

  • ZA, Rekenkamer D, inv.nr. 60411

Noten

  1. ZA, Rekenkamer D, inv.nr. 60411.
  2. ZA, Rekenkamer D, inv.nr. 60411.








Bij deze context horen de volgende brieven: