Wat zoek je in de Digitale Collectie Zeeland?

Inhoud brief

Jan Willem Wittenis schrijft op 6 januari 1781 vanuit Curaçao een brief aan zijn vrouw in de Nieuwe Haven van Zierikzee via het adres van zeilmakersbaas Toonis Nout. Deze is tevens bestemd voor zijn moeder en zijn zus. Hij meldt nog fris en gezond te zijn en al sinds 26 september, inmiddels veertien weken, in Curaçao te liggen. Dat betekent dat Wittens vrijwel zeker opvarende is van het schip van Johan Willem Sextroh[1] Wittens zegt het te betreuren dat hij nog geen post van het thuisfront heeft ontvangen: niet van zijn vrouw noch van zijn kind Janna. Hij wenst allen een voorspoedig nieuwjaar en veel gezondheid toe. Wittens verwacht dat het schip pas halverwege april de thuisreis zal aanvangen, maar, zo waarschuwt hij, deze zal niet naar Holland of Zeeland voeren. Het plan is om een lading cacao naar Bordeaux of Nantes te brengen en daar zout voor de Republiek te laden. Op die manier kan dubbele winst worden geboekt op de reis. Het is wel de bedoeling dat de lezers van de brief deze informatie voor zichzelf houden. Uit deze regels kunnen we opmaken dat Wittens vermoedelijk een officiersfunctie heeft gehad, omdat hij anders niet op de hoogte van dergelijke geheime afspraken zal zijn geweest. De verwachting is dat de vracht 103.000 gulden zal opleveren en Wittens met de Zierikzeese markt of half augustus thuis zal zijn. Tevens meldt Wittens aan zijn vrouw het voordeel van deze verlengde reis te moeten zien: door de lange duur zal hij veel meer gage ontvangen dan normaalgesproken het geval is.

Biografische gegevens Jan Willem Wittens en Toonis Nout

Waarom Tonis Noudt wordt aangeschreven terwijl de brief niet voor hem bedoeld is wordt uit de brief zelf niet duidelijk. Het is daarom mogelijk dat Jan Willem Wittens en zijn vrouw kamers huren in het huis van deze Tonis Noudt. Uit de aanhef van de brief wordt wel duidelijk dat Nout een redelijk inkomen zal hebben omdat hij werkzaam is als zeilmakersbaas en aan de Nieuwe Haven woont. Tonis Nout wordt genoemd als de vader van een overledene in 1744.[2] Op 19 maart 1769 wordt Tonis Nout genoemd in het lidmatenboek van de Kerk te Zierikzee.[3] Jan Willem Wittens (Wittenius) wordt twee maal genoemd als lidmaat van de kerk te Zierikzee: op 24 maart 1774 en in december 1776.[4] Uit de brief kunnen we opmaken dat hij geen geoefend schrijver was. Bijna alle zelfstandige naamwoorden en vreemde begrippen worden foutief geschreven: zuijkker (suiker), koukou (cacao), Bordous (Bordeaux), Nantis (Nantes). Isak de Braal komt voor als diaken van de N.H. Kerk te Zonnemaire in 1771.[5]

De reis van de Vrouw Catharina Jacoba (1780-1782)

Zierikzee is in de 18de eeuw een florerende haven, maar in het derde kwart lopen de winsten terug en proberen reders zich op West-Indië te richten. In 1780 reden zij zo'n dertig schepen uit die dat jaar ongeveer honderd reizen maken. Een van die schepen is het fregat de Vrouw Catharina Jacoba van de reder Gilles van IJsselstein (zie ook andere Zee(uw)post brieven) met als kapitein Johan Willem Sextroh. Het schip vertrekt op 28 juli 1780 met stukgoed en dertig bemanningsleden naar Sint-Eustatius via Curaçao.[6] Als op 20 december 1780 de Vierde Engelse Oorlog uitbreekt wordt in februari 1781 St. Eustatius ingenomen. Curaçao blijft voor de Nederlanders behouden. Het schip van Sextroh wordt gevorderd en wordt ingezet in de wateren rondom het eiland. Sextroh zet extra bemanning aan boord, tot 84 koppen en het schip wordt met 31 stuks geschut bewapend. Het patrouilleren neemt de nodige tijd in beslag, zodat Wittens voorlopig nog niet naar huis kan en zijn planning om via Frankrijk in augustus 1781 in Zierikzee te arriveren een jaar vertraging oploopt. Het schip blijft tot 5 april 1782 kruisen in de wateren rond Curaçao, waarna het rustiger is en het schip op 20 juni 1782 (onder Oostenrijkse vlag) terugkeert in de haven van Amsterdam na een reis van bijna twee jaar.[7] De vrouw van Wittens zal bijzonder blij zijn geweest dat haar man zonder gevangengenomen te zijn langs de Engelsen heeft weten te komen. Kapitein Sextroh zou grote bekendheid verwerven door na deze reis als kaperkapitein de Engelse pakketboot Dolphin buit te nemen met zijn schip de Goede Verwagting.

Literatuur

Noten

  1. Zie onder meer twee brieven van Johan Willem Sextroh aan Aart van den Broeke in Zierikzee oktober/januari 1780/1781 en de brief van Nicolaas Touser van 14 januari 1781
  2. Gemeentearchief Schouwen-Duiveland (GASD), Archief Zierikzee (ZZ) 16-13408
  3. GASD, ZZ 30-2718
  4. GASD, ZZ 30-3107 en 30-3339
  5. Zeeuws Archief (ZA), Rechterlijk Archief Zeeuwse Eilanden (RAZE) 4454-35 van 12/12/1771
  6. F. van der Doe, 'Zeevarenden in het 18de-eeuwse Zierikzee', 49-56
  7. Erik van der Doe, 'De kaper gekaapt', 104-105






Bij deze context horen de volgende brieven: