Wat zoek je in de Digitale Collectie Zeeland?

Inhoud brief

Het is onduidelijk welk werk Anthonij Ramaekers precies uitvoert, maar hij bezit in ieder geval vee. Mogelijk heeft hij een veeteeltbedrijf, maar het vee kan even goed bij een plantage horen en onder zijn taken vallen. Het vee verkeert nog in goede gezondheid. Dat hij een voorname positie bekleed kunnen we opmaken uit zijn huisdieren. Ramaekers meldt namelijk de dood van vier goudvissen, een hobby die nog weinigen in die tijd uitoefenden. Interessant zou ook zijn te weten hoe deze goudvissen daar in Demerary beland zijn.

Opvallend is het grote verschil in stijl tussen de brief aan zijn broer en die aan zijn vriendin J. Franc. In de laatste probeert de schrijver zo prozaïsch mogelijk verslag te doen van wat hij meemaakt, terwijl zijn broer een veel strakker en zakelijker brief krijgt. Zijn broer krijgt wel de opdracht de brief aan mejuffrouw Franc te bezorgen, deze is onder couvert in de envelop aan hem gestoken. Kennelijk was het makkelijker of goedkoper de brieven inéén te verzenden dan apart, want het adres van Franc, de Latijnse Schoolstraat, staat gewoon vermeld op de brief.

Biografische gegevens J. Franc, Martinus van Saltbommel en Anthonij Ramaekers

Sociëteit ter Navigatie op Essequebo en annexe Rivieren

Alleen ingezetenen van Zeeland hadden op basis van de overdracht uit 1670 het recht op Essequebo en Demerary te handelen. Willem V blokkeerde dat besluit met een uitspraak die vanaf 1 januari 1771 inging. Wel had Zeeland het recht eerst 16 schepen uit te reden en schepen moesten ook vanuit Zeeland uitvaren en er hun retourlading lossen. Dat reglement werd echter nog dusdanig aangepast dat ook vanuit andere kamers schepen uitgereed konden worden. Hierop staken de Middelburgse kooplieden de koppen bij elkaar om een eigen compagnie te beginnen. 185 kooplieden tekenden in voor een bedrag van 320.000 gulden en daarnaast deden ook de participanten Johan Adriaan van de Perre de Nieuwerve (vertegenwoordiger van de Eerste Edele, voor 15.000 gulden), de MCC en de lijnbanen Fortuyn en Swarte Kabel en de stadsregering (voor 24.000 gulden). De directie van de Sociëteit ter Navigatie op Essequebo en annexe Rivieren werd door vijf man geleid. De directeuren genoten een vergoeding en een percentage van het uitgekeerde dividend. Cornelis van den Helm Boddaert werd president. Vergaderingen werden in het huis van de aangestelde boekhouder gehouden. Een andere participant was Daniël Radermacher. Voor maart 1771 moest de helft van het inlegkapitaal aanwezig zijn en dat lukte. De doelstelling van de sociëteit was om schepen naar Essequebo te equiperen, daarmee was de SNER een rederij die uitsluitend goederen vervoerde. In de eerste twee jaar werden meteen zes schepen aangekocht: de Phoenix, Planterslust, Vreede, Eensgezindheid, Middelburgs Hoop en Westhove. Het fregat Essquebo Societeit stond op stapel en liep nog in 1772 van stapel van de Middelburgse scheepshelling. De schepen werden bij de Middelburgse Assurantie Compagnie verzekerd, maar de vervoerde goederen werden wel bij Amsterdamse en Rotterdamse verzekeraars ondergebracht. In 1778 was de premie voor een reis nog 3%. Bedrijven die vanuit Middelburg bevrachten waren onder meer de handelshuizen van Steven Schorer, De Bruijn & Smit, Van der Perre & Mijndert en Spoors & Sprengers, waarvan sommige ook eigen schepen hadden. Tussen 1771 en 1789 werden in totaal 360 reizen naar de koloniën ondernomen, waarvan de Zeeuwen er 152 voor hun rekening namen en Amsterdam 189. De eerste twee boekjaren werd 3% dividenduitkering uitgekeerd en bleef nog 4.500 gulden in kas. Daarna werd tot 1778 jaarlijks verlies geleden. Pas na 1779 werd weer winst gedraaid.[1]

Literatuur

Noten

  1. Ruud Paesie, ‘De ‘Societeyt ter Navigatie op Essequebo en annexe Rivieren,’ 300-304.








Bij deze context horen de volgende brieven: