Wat zoek je in de Digitale Collectie Zeeland?

Netscher Demerary en Berbice1De koloniën Demerary en Berbice, kaart door P.M. Netscher, 1887Inhoud brief

De akte verhaalt van de reis van het schip Jonge Nicolaas Jan van Vlissingen (vertrek 8 oktober 1779) naar de kust van Afrika (gearriveerd op 21 december 1779) alwaar 282 slaven werden gekocht. De kapitein Frans Reichert kwam op 6 april 1780 bij Kaap Cors te overlijden en de eerste stuurman Carel Breedau nam zijn plaats in. Omdat op dat moment nog slechts een deel van het beoogde aantal slaven was aangekocht, heeft Breedau de verdere onderhandelingen op zich genomen tot het aantal van 282 slaven (mannen, vrouwen en kinderen) was bereikt. Onderweg overleden twaalf slaven (zes mannen, twee vrouwen, drie jongens en één meisje). De meereizende chirurgijn, Ephraim Lebeke, testeert in de akte de doodsoorzaken. Het schip arriveerde op 5 juli 1780 in Berbice. Ten slotte wordt de getuigen gevraagd om de juistheid van hun verslag in aanwezigheid van Pieter Hendrik Koppiers, gouverneur generaal van de kolonie, te zweren: "zo waarlijk helpe mij God Almachtig".

De Vierde Engelse Oorlog en de verovering van Berbice door de Engelsen

De koloniën Demerary en Berbice, kaart door P.M. Netscher, 1887

Tijdens de Vierde Engelse Oorlog, in 1781 veroverde de Britten Fort Nassau. Dit moet worden gezien in het licht van de vrijheidsstrijd in Amerika (1775-1783), waarbij de Amerikanen trachten los te komen van Engeland. Hoewel de Republiek officieel neutraal was, waren vele kooplieden betrokken bij smokkel en het leveren van goederen aan de Amerikanen. Daarom besloten de Britten de Nederlandse koloniën te veroveren om zodoende te vermijden dat deze konden worden gebruikt als depots voor het verschepen van goederen naar de Amerikanen. Het was de in de akte genoemde gouverneur Koppiers die – met tegenzin – de kolonie afdroeg aan de Engelsen, die vanuit Demerara gekomen waren. Kort daarvoor nog had Koppiers, toen hij hoorde van de bezetting door de Engelsen van Essequebo-Demerara, een kleine militie georganiseerd om tegen de Engelsen te vechten. Deze konden echter niets van betekenis uitrichten. De Nederlanders mochten hun bezittingen behouden en Koppiers mocht aanblijven als gouverneur, nadat hij trouw aan de Engelse koning had gezworen. In maart 1782 werd de kolonie weer heroverd door de Franse admiraal Kersaint.

Koppiers was van 14 juli 1778 tot 27 februari 1781 gouverneur van Berbice. Hij werd later een tweede maal gouverneur van Berbice (1784-1789). Hij overleed op 42-jarige leeftijd in 1795 in de kolonie en werd begraven op de plantage Providence Demerara. Koppiers was ten tijde van deze akte dus 27 jaar oud. Op zijn graf staat:

Hier onder Rust Mr. Pieter Hendrik Koppiers, oud-Gouverneur Generaal der Colonie Berbice etc. etc. etc. Gebooren te Giesendam den 25 January 1753. Overleden te Demerara den 15 September 1795.

De secretaris Jacobus Broekhuijsen was reeds langere tijd in Berbice werkzaam. Er is een referentie gevonden van 23 februari 1773 (testament van Anna Groeneman, weduwe van Pieter van Staden - Raad der beide Hooge Gerechtshoven in de Colonie) waarin hij genoemd werd als "eerste gezworen Clercq" en "Provisioneel waarneemende het Secretariaat der gemelde Colonie."

De reder van het schip Jonge Nicolaas Jan was Mr. Steven Matthijs Snouck Hurgronje (1741-1788), reder, raad, schepen en thesaurier van Middelburg.[1] Carel Breedau bleef na deze reis kapitein. Voor de Middelburgse Commercie Compagnie heeft hij nog de volgende reizen gemaakt als kapitein.[2]

  • 30 november 1790 - 13 november 1792 - fregat “Standvastigheid” - Bestemming: Guinea-Suriname - driehoekshandel met 200 “koppen slaaven”
  • 6 maart 1793 - 14 april 1793 - Fregat “Vergenoegen” - Bestemming: Bruinisse - ten dienste van den lande
  • 8 maart 1794 - 19 september 1797 - Fregat “Vergenoegen” - Bestemming: Guinea/Angola-Sur - Bleef in Suriname.

Er is ook een brief opgedoken van de vrouw van de onderweg overleden kapitein Frans Reichert: Elisabeth Reichert-Hiemands. Die schreef op 14 maart 1780 een brief naar de kolonie aan haar man vanuit Vlissingen. Dat was 23 dagen voor Frans Reichert te Kaap Cors in Afrika overleed.[3]

Bronnen

Noten

  1. document van de Leidse universiteit Transcriptie Zeeuwse lijst, verrijkt met data uit Johannes Menne Postma, The Dutch in the Atlantic Slave Trade, 1600-1815 (Cambridge 1990)
  2. ZA, Archief MCC; Ruud Paesie, Scheepsreizen van de Middelburgse Commercie Compagnie, 1721-1863(2016).
  3. brief van Elisabeth aan haar man Frans Reichert, 14 maart 1780

 

 

 

 

 

 

 

Bij deze context horen de volgende brieven: